Met het werk naar de kerk

Wo 3 mrt 21  | Leestijd: 4 min
marten-bjork-6dW3xyQvcYE-unsplash-scaled_nwemarten-bjork-6dW3xyQvcYE-unsplash-scaled_nwe

In onze tijd is volop aandacht voor het verbinden van geloof en werk. Wie daar een beetje oog voor krijgt ontwaart een veelheid aan boeken, websites, platforms en onderzoeksgroepen die christenen willen vormen om christen te zijn op hun werk. Denk bijvoorbeeld aan ForumC, de RMU, christelijke hogescholen en heel recent de cursus ‘Kroon op je werk’ met een gelijknamige website. Ook in het lectoraat waaraan ik verbonden ben, staat het christelijk geloof als inspiratiebron voor goed werk centraal.

Een rode draad door al deze activiteiten is het ontwikkelen van handreikingen om twee ogenschijnlijk zelfstandige grootheden weer met elkaar te verbinden: geloof enerzijds en werk anderzijds. Al deze activiteiten zijn pogingen om de zondag te laten doorwerken in de maandag, om de werkweek niet als seculier terrein prijs te geven. Het is een nobele strijd tegen de typisch moderne splitsing van beide dimensies.

Tegen deze achtergrond is de robuuste en met flair geschreven studie Work and Worship van de twee jonge Ameirkaanse theologen Matthew Kaemingk en Cory Wilson een fascinerende en tegendraadse benadering van het verlangen om geloof en werk te verbinden. Volgens hen is namelijk – ik denk terecht gesignaleerd – sprake van eenrichtingsverkeer: individuele christenen moeten van alles wat ze in preken, catechese en cursussen leren meenemen om buiten de kerk handen en voeten te geven. Ze laten scherp en erudiet zien dat dit nogal eenzijdig is.

In hun boek draaien ze de zaken om: het is minstens zo belangrijk dat de maandag meegenomen wordt de zondag in. Leren om christelijk geloof en werk te verbinden moet niet overgelaten worden aan cognitieve activiteiten zoals preken of trainingen, maar moet ook plaatshebben in de liturgie. De zondagse samenkomst van de gemeente, de viering, is fundamenteel voor het verbinden van geloof en werk, aldus Kaemingk en Wilson.

De auteurs dagen daarom zowel gemeenteleden als predikanten uit om op een nieuwe manier naar de zondagse eredienst te kijken als een plek waar werkers samenkomen. De mensen die in de kerkbanken schuiven besteden het grootse deel van hun week aan de uitoefening van een beroep. Dat vormt hun identiteit en dat stempelt ook hoe ze in de kerkbank zitten. Dat moet niet genegeerd worden, dan blijven slechts abstracte ‘kerkgangers’ over. Dat alledaagse werkende bestaan moet volop een plek krijgen in de samenkomst. Daar moeten ze gevormd worden, wil het werk dankzeggend gevierd worden, daar moet gebeden worden voor het werk en het werk weer in het juiste perspectief geplaatst worden, in het licht van God zelf die ook werkt.

Deze visie werken Kaemingk & Wilson uit. Dat is een theologisch prikkelend perspectief die ze belichten vanuit een lezing van het Oude Testament en de vroegchristelijke kerk. Ze geven geen blauwdrukken voor een passende liturgie, maar wel talloze voorbeelden ter inspiratie. Dat doen ze overigens zonder instrumenteel te denken over de betekenis van eredienst en liturgie. Die staat allereerst in het teken van de aanbidding van God, stellen ze in navolging van bijvoorbeeld Nicholas Wolterstorff.

Ook in filosofisch opzicht is Work and Worship een boeiende studie. Kaemingk en Wilson bouwen expliciet voort op de filosofische studies van James K.A. Smith over de vormende werking van sociale praktijken en over de liturgie als belangrijke vormende sociale praktijk. Niet alleen bouwen ze daarop voort, ze maken die vormende betekenis bovendien concreter door te laten zien hoe de zondagse liturgische samenkomst werkers kan vormen.

Dit alles betekent overigens niet dat ‘Reconnecting Our Labor and Liturgy’, zoals de ondertitel luidt, slechts meer spanning op het werk zet. Dat zou in een vermoeiende prestatiemaatschappij weinig behulpzaam zijn. Hoewel het boek uitdaagt om het alledaagse werk als christelijke roeping te zien, dat steeds weer gevormd wordt in de liturgie, bevat diezelfde verbinding van werk en liturgie een fundamentele ontspanning richting ons werk. Juist door het werk mee te brengen in de liturgie kunnen we ons werk relativeren en relateren aan het werk van God. Daar ontdekken werkers dat ze de wereld niet alleen dragen en mogen ze uitrusten en ontvangen. Dat maakt Work and Worship ook cultuurfilosofisch een heel relevant en actueel boek.

Dr. Robert van Putten schreef deze recensie voor Sophie. Hij werkt als onderzoeker bij het lectoraat Bezieling & Professionaliteit van de Christelijke Hogeschool Ede

Matthew Kaemingk & Cory B. Wilson
Work and Worship. Reconnecting Our Labor and Liturgy
Baker Academic 2020, 292 pagina’s

Recente artikelen

Teunis Brand wordt directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie

Het bestuur van Stichting voor Christelijke Filosofie benoemt Teunis Brand per 1 september 2022 tot directeur. Momenteel werkt hij bij de stichting als redacteur en communicatiemedewerker. Hij volgt Sander Luitwieler…

Vr 8 jul 22  | Leestijd: 1 min

“Waar Mondriaan ophoudt, zet ik hem in z’n achteruit”

Op de eerste dag van het jaar dat Museum Helmantel was geopend, reisden drie redactieleden af naar het Groningse Westeremden om een bezoek te brengen aan de kunstschilder Henk Helmantel….

Do 7 jul 22  | Leestijd: 4 min