“De economische wetenschap is ontstaan in de schoot van de theologie”

Vr 17 dec 21  | Leestijd: 6 min
alevision-co_nwealevision-co_nwe

Joost Hengstmengel is sinds juli 2021 hoofdredacteur van Soφie, het filosofische tijdschrift van Stichting voor Christelijke Filosofie dat zesmaal per jaar verschijnt. Hij volgt prof. dr. Jan Hoogland op, die het blad lange tijd als hoofdredacteur diende. In dit interview vertelt hij over zijn onderzoeksinteresse, zijn fascinatie voor de christelijke filosofie en zijn visie op het blad Soφie.

Joost studeerde economie & informatica en filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij promoveerde in 2015 op het proefschrift Divine Oeconomy. The Role of Providence in Early-Modern Economic Thought before Adam Smith. Momenteel is hij academisch directeur van het Erasmus Economics & Theology Institute, universitair docent aan de Theologische Universiteit Kampen en gastonderzoeker aan de Erasmus School of Philosophy.

In veel van je onderzoek staat de relatie tussen economie en theologie centraal. Wat maakt de verhouding tussen deze twee vakgebieden zo interessant?
Op het eerste gezicht gaan de theologie en de economische wetenschap natuurlijk over heel verschillende dingen. Met een variant op de kerkvader Tertullianus heb ik eens gezegd: wat heeft Jeruzalem met een economenstad als Londen of Chicago van doen? Het alledaagse beeld is toch dat theologie over hemelse zaken gaat en economie over het slijk der aarde. Dit beeld wordt nog eens versterkt door het feit dat het Nieuwe Testament uiterst kritisch is op geld en bezit. Sommige kerkvaders deden hier nog eens een schepje bovenop door te beweren dat handelaars God eigenlijk niet welgevallig konden zijn. Christelijke theologie en economie is sindsdien altijd een moeizame combinatie geweest. Des te opvallender is dat de economische wetenschap uiteindelijk is ontstaan in de schoot van de theologie. Veel economen van het eerste uur waren geestelijken. Daar valt een heel verhaal over te vertellen, maar historisch gezien is er dus een interessante wisselwerking geweest tussen beide vakgebieden. De laatste paar decennia zijn er nieuwe toenaderingspogingen tussen economen en theologen. De spannende vraag daarbij is hoe twee wetenschappen die op het oog mijlenver uit elkaar liggen toch van elkaar kunnen leren.

Met welk onderzoek ben je momenteel zelf bezig?
Net als bij veel andere wetenschappers lopen er bij mij allerlei onderzoeksprojecten door elkaar heen. Noem het een honger naar kennis. Maar het meest recent ben ik bezig geweest met een onderzoek naar de wortels van de Calvinistische staathuishoudkunde van de vroege twintigste eeuw. Onder invloed van Abraham Kuyper zie je in de begintijd van de Vrije Universiteit een ideaal van een christelijke politieke economie opkomen. In een artikel in wording laat ik zien dat dit ideaal te herleiden is tot Groen van Prinsterer en het Réveil. Verder ligt er ook nog een onderzoek op stapel naar het economisch denken van de Nadere Reformatie in Nederland. Daarover is nog weinig geschreven en het is interessant om na te gaan of deze gereformeerde predikanten nu echt tot andere inzichten kwamen dan hun rooms-katholieke collega’s.

Je bachelorscriptie filosofie ging over het economisch aspect in de wijsbegeerte der wetsidee. Je bent dus al vrij snel geïnteresseerd geraakt in de reformatorische wijsbegeerte. Wat fascineerde je aan de filosofie van Dooyeweerd om deze thematiek in te duiken? En wat zie je als het belang van deze denkstroming?
Toch wel de aspectenleer denk ik. Ik studeerde toentertijd economie en werd nog niet gehinderd door enige wetenschapsfilosofische kennis. Dankzij de colleges van Roel Kuiper over reformatorische wijsbegeerte ging er een wereld voor mij open. Dat je de werkelijkheid door de bril van verschillende aspecten kon bekijken en dat die aspecten het studieobject vormden van de verschillende vakwetenschappen was echt een openbaring. Ik ben toen inderdaad ‘filosofie van een wetenschapsgebied’ als tweede studie gaan volgen en kon mijn bachelorscriptie natuurlijk over geen ander onderwerp schrijven dan over het economisch aspect. Wat mij naast de aspectenleer en het bijbehorende antireductionisme altijd heeft geboeid is Dooyeweerds transcendentale kritiek. Christenwetenschappers moeten zich niet te snel in het hokje van de heterodoxie of pseudowetenschap laten duwen. Natuurlijk, hun inspiratiebron en uitgangspunt is religieus van aard, maar geldt dat niet voor alle wetenschap? Hanteren niet alle wetenschappers bewust of onbewust een religieus a priori, zoals Dooyeweerd het noemt? Die kritiek op de vermeende neutraliteit van de filosofie en de vakwetenschappen is denk ik onverminderd relevant.

Ga je nog iets presenteren op de internationale Reformational Philosophy Conference?
Ja, dat is nog zo’n lopend onderzoeksproject. Ik heb mijn oude liefde voor het economisch aspect weer opgepakt en wil het gaan hebben over de verhouding tussen economische wetenschap en theologie. Er is in de academische wereld zoals gezegd een nieuwe belangstelling ontstaan voor de combinatie van beide vakgebieden en een van de onderzoeksvelden richt zich op analoge concepten. Er zijn kernbegrippen die in beide wetenschappen centraal staan – denk aan ‘schuld’, ‘hoop’ en ‘vertrouwen’ – en het loont de moeite om die begrippen en hun verschillende betekenissen bij elkaar te brengen. In mijn presentatie ga ik in op de vraag wat er vanuit de reformatorische wijsbegeerte over deze exercitie te zeggen is. Het interessante is dat Dooyeweerd in de jaren vijftig van de vorige eeuw al schreef over de “analogische grondbegrippen der vakwetenschappen”. Welke analogieën tussen economie en theologie hij zelf benoemt en wat volgens hem de filosofische betekenis van dit soort analogieën is, hoop ik in december uiteen te zetten.

Je bent sinds medio 2021 hoofdredacteur van Soφie. Kun je iets vertellen over het profiel van dit tijdschrift?
Soφie is hét populair-wetenschappelijke tijdschrift voor christelijke filosofie in Nederland. Ze is de zus van tijdschrift Philosophia Reformata dat zich richt op een academisch publiek. Soφie wil er zijn voor lezers die niet persé filosofie hebben gestudeerd, maar wel een filosofische interesse én christelijke antenne hebben. Ze biedt filosofische beschouwingen over actuele onderwerpen, heeft aandacht voor het thema ‘wetenschap en geloof’ en gaat bijvoorbeeld ook over vragen op het snijvlak van filosofie en theologie. En dit alles vanuit een christelijk perspectief in de breedste zin van het woord. Het doel is om de lezers intellectueel te prikkelen en uit te dagen om zelf ook kritisch na te denken over filosofie, wetenschap, cultuur en geloof. Die leeservaring kan je dus al voor enkele tientjes per jaar ten deel vallen.

Staan er nog vernieuwingsplannen op stapel?
De nieuwe redactie heeft zich het afgelopen halfjaar vooral ingezet voor de continuering van de bestaande bladformule. Vanuit de gedachte ‘onderzoekt alle dingen en behoudt het goede’ zullen er het komende jaar wel enkele inhoudelijke vernieuwingen worden doorgevoerd. De bedoeling is om deze gelijktijdig te presenteren met een geheel nieuwe opmaak van het tijdschrift. Ook deze Soφie is namelijk wel eens toe aan een nieuwe jas. De opmaak zal aansluiten bij de nieuwe huisstijl van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Maar de trouwe lezers kunnen gerust zijn: het vele goede van de huidige Soφie zal behouden blijven.


Geïnteresseerd in Soφie? Neem een abonnement of vraag een gratis proefnummer aan.

 

Recente artikelen

“Hoe zijn we mens naar Gods bedoeling?”

In oktober 2021 heeft Sander Luitwieler zijn werk neergelegd vanwege langdurige vermoeidheidsklachten. Inmiddels is hij tot het besluit gekomen dat hij terugtreedt als directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie en…

Wo 4 mei 22  | Leestijd: 4 min

“Beperk je filosofische horizon niet tot Descartes en wat daarna komt”

Rudi te Velde (1957) is filosoof onder de theologen. Hij doceert wijsbegeerte aan de faculteit katholieke theologie van de Universiteit van Tilburg en werd enkele jaren geleden benoemd tot bijzonder…

Wo 4 mei 22  | Leestijd: 5 min